Paastijd: vijftig dagen onderweg met Exodus en Johannes

Paastijd: vijftig dagen onderweg met Exodus en Johannes

22-04-2020


De vreugdetijd van Pasen vraagt onder de huidige omstandigheden meer van onze verbeeldingskracht dan anders. We zijn op afstand van elkaar, en dat uit zorg voor elkaar. We worden opnieuw bepaald bij wat 'samenleven' is en hoe ieder van ons daarin een rol heeft. We hebben echter niet elkaars nabijheid om ons aan op te trekken, althans niet op de manier zoals anders. Geen Paaskaars die in ons midden brandt, niet een gedeelde tafel waaromheen wij ons verzamelen om het geheim van het leven te vieren en van hetzelfde brood en uit dezelfde beker te drinken.
We zijn in de beslotenheid van onze eigen (soms) kleine wereld, met de vreugden en zorgen die ons daar vervullen. Maar vanwege die gedeelde omstandigheden kunnen we ons misschien toch ook levendig voorstellen dat we juist nu van hetzelfde brood eten en uit dezelfde beker drinken. We delen dezelfde omstandigheden waartoe we ons hebben te verhouden en waarin ieder een eigen verantwoordelijkheid draagt.

Naar een nieuwe samenleving
De lezingen van de zondagen in deze periode bepalen ons erbij wat het betekent in deze wereld 'gemeente van de Verrezene' te zijn. In het boek Exodus lezen we wat volgt op de bevrijdende uittocht van Pascha: de grondlegging van een nieuwe samenleving. We horen over een 'nieuw verbond'. De kinderen van Israel krijgen nieuwe rechten. Het is een verbond waarin oog is voor 'individualiteit' en 'samenleven' en waarin ieder mens ertoe doet. Je zou het misschien niet verwachten, maar dat blijkt een dramatisch gegeven: het komt als 'antwoord uit het onweer'; dit nieuwe begin, deze nieuwe waardigheid wordt door hen beleefd als een gevaarlijk en bedreigend moment. Het oprichten en handhaven van mensenrechten blijkt helemaal niet zo vanzelfsprekend! Tot in de kleinste verbanden waarin zij leven, maakt God deze mensen tot getuigen en medeplichtigen van zijn plannen. De Tien Woorden (Exodus 20) vormen hiervan het hoogtepunt. Een volwassene met een huisgezin en een zelfstandig bedrijf (met arbeiders in dienst) krijgt de opdracht vrij en bevrijdend te handelen. Vanaf Exodus 24, dat we met Pinksteren lezen, mondt dit uit in de opdracht aan de gemeenschap om een 'nieuwe woning' te bouwen, waar het geheim van de samenleving wordt bewaard. Dat zal moeten gebeuren door zinvolle en eerlijke arbeid van de mensen zelf.

De volheid van Pasen zoekt zich een weg
Parallel daaraan horen we ook in het Johannes-evangelie hoe de volheid van Pasen zich in en door de gemeente een weg zoekt. Dat is een weg van vernieuwing. Pasen, Hemelvaart en Pinksteren vormen daarbij een geheel: de gave van de Geest is voortdurend daar. Ook hier worden de getuigen van het eerste uur medeplichtig gemaakt. Zijn zij geneigd naar de hemel te staren (Hemelvaartsdag), de aarde, wereldwijd, wordt hen als hun werkterrein aangewezen. 'De Geest van de Heer heeft het aardrijk vervuld' luidt een van de klassieke refreinen van Pinksteren. Laten we hopen dat ook wij vanaf Pinksteren de vleugels weer mogen uitslaan!